Kanjertraining

Op de Nutsbasisschool willen wij kinderen de kans geven zich zowel intellectueel, creatief als emotioneel optimaal te ontwikkelen. In het kader van de bevordering van een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling hebben wij op de Nutsbasisschool gekozen voor de Kanjermethode.

Tijdens 7 Kanjerweken per jaar geven de leerkrachten Kanjerlessen in de groepen 1 t/m 8. De leerkrachten worden hiervoor regelmatig bijgeschoold en zijn gecertificeerd om deze lessen te geven. Voor alle groepen is passend Kanjermateriaal aanwezig.


Doelen

Met de Kanjertraining bereiken we de volgende doelen:
  • Pestproblemen worden hanteerbaar/lossen zich op.
  • Leerlingen durven zichzelf te zijn.
  • Leerlingen voelen zich veilig.
  • Leerlingen voelen zich bij elkaar betrokken.
  • Leerlingen kunnen hun gevoelens onder woorden brengen.
  • Leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen.
  • Leerlingen durven cognitief te presteren.
  • Leerlingen leren verantwoordelijkheid te nemen.
  • Er ontstaat een positieve leer- en werkhouding.

Kanjerafspraken

De Kanjermethode gaat uit van de volgende Kanjerafspraken:
  • We vertrouwen elkaar (we gaan uit van het principe dat iedereen te vertrouwen wil zijn).
  • We helpen elkaar (niet alleen vriendjes, maar ook anderen).
  • Niemand speelt de baas (in de klas is niemand de baas, alleen de leerkracht. Je mag wel leiderschap tonen).
  • Niemand lacht uit (we lachen niet ten koste van een ander. Je mag wel blij zijn met humor).
  • Niemand doet zielig (we doen niet zielig door in een hoekje te gaan zitten. Je mag wel verdriet voelen).

De belangrijkste pijler waarop de Kanjermethode rust, is het bevorderen van onderling vertrouwen. Daarvoor worden bij elke les oefeningen gegeven. Door de lessen uit de Kanjerboeken voelen kinderen zich veiliger, zijn meer bij elkaar betrokken, weten onderlinge conflicten respectvol op te lossen, helpen elkaar en durven te leren.

De Kanjerlessen zijn zowel preventief als curatief van aard. De training stimuleert een positieve sfeer in groepen. Hiermee wordt sociale onrust voorkomen.

Gedragstypen

Bij de Kanjermethode gaan we uit van 4 gedragstypen (niet te verwarren met eigenschappen: het gaat om waarneembaar gedrag en niet om hoe iemand is!) die gesymboliseerd worden door 4 ‘petten’:

1. De tijger (de kanjer) - draagt de witte pet

De witte pet wordt in de kanjermethode gezien als de positieve kant van de zwarte, gele en rode pet. Groepsgenoten voelen zich veilig bij het gedrag van de witte pet. Hij/zij is op een prettige manier bescheiden en heeft humor.

Je kunt dit op de volgende manier samenvatten: ‘de witte pet, dat ben jij, zoals je echt bent!’.

2. Het konijn (de stille of bange) - draagt de gele pet

Dit bange gedragstype denkt: ‘Ik ben niks, ik ben stom. Anderen zijn veel beter dan ik, zij zijn belangrijker en hebben het makkelijker’. Als je leest hoe dit bange gedragstype denkt, dan lees je dat het zichzelf niet aardig vindt. Hij/zij voelt zich niet begrepen, soms ook niet door zijn/haar ouders. Dit bange gedragstype wordt soms gepest. Uiteindelijk kan het zijn dat hij/zij van zich af scheldt, schopt, slaat en krabt. Dit bange gedragstype doet elke dag zijn/haar best erbij te horen. Hij/zij zou wel een ander leven willen en denkt daarom al gauw: ‘Ik wou dat ik niet bestond’.

3. De pestvogel (de vlerk of hork) - draagt de zwarte pet

Dit gedragstype wil de baas zijn. Hij/zij doet dit door te intimideren, te manipuleren, angst aan te jagen, te bedreigen en conflicten te zoeken. Dit gedragstype wil alles zelf bepalen, maar is vervolgens nergens verantwoordelijk voor. Het zijn grensoverschrijders die zichzelf zien als slachtoffers en soms zelfs keihard kunnen liegen. Als je hem/haar aanspreekt op zijn/haar gedrag, kruipt hij/zij in een slachtofferrol: ‘U moet mij altijd hebben’ en ‘Ja hoor, ik heb het weer gedaan’ In zijn pure vorm komt de zwarte pet gelukkig zelden voor.

4. De aap (de uitslover) - draagt de rode pet

De aap of uitslover is het gedragstype dat denkt: ‘Ik ben niks, maar jij bent ook niks. Uitlachen is leuk’. Hij/zij vertrouwt niet snel iemand en is zelf ook niet altijd te vertrouwen. Dit type wil graag leuk gevonden worden en vertoont dan irritant gedrag. Hij/zij voelt zich minder, maar probeert dat te verstoppen door stoer te doen. De meeste kinderen vinden grapjurken vervelend. Dit gedragstype begrijpt dat niet altijd, want iedereen schiet toch in de lach als er iets geks gebeurt?

De petten

De petten zijn nadrukkelijk niet gericht op het ‘in vakjes’ stoppen van leerlingen. Het gaat erom dat kinderen bij zichzelf en anderen herkennen dat zij in bepaalde situaties keuzes maken met betrekking tot hun gedrag. Dat zegt niets over wie ze zijn. Kinderen wordt geleerd dat zij in situaties ook een keuze voor een ander gedragstype kunnen maken: hoe wil je je gedragen? De leerlingen krijgen niet letterlijk een ‘pet’ opgezet.

Het kan voorkomen dat kinderen, naast de Kanjertraining op school, ook een individueel traject moeten volgen om hun sociaal-emotioneel welbevinden te verbeteren. In overleg met de ouders wordt dan bekeken welke mogelijkheden en wensen er zijn.

Themalessen

Bij de Kanjertraining zijn er verschillende themalessen die in een jaar behandeld worden:

  • Jezelf voorstellen
  • Iets aardigs zeggen
  • Weet jij hoe je je voelt?
  • Kun jij nee zeggen?
  • Luisteren en vertellen
  • Luisteren en samenwerken
  • Vriendschap
  • Vragen stellen
  • Er zijn mensen die van je houden

In groep 5 krijgen de kinderen een Kanjerdiploma uitgereikt. De ouders krijgen een uitnodiging om deze uitreiking bij te wonen en inzicht te krijgen in wat er in de training heeft plaatsgevonden.

Het gaat er in de lessen vooral om dat kinderen leren hun gevoelens te uiten, via specifieke oefeningen en opdrachten. Met behulp van verhalen en leuke boeken wordt het een en ander verduidelijkt. Dit geldt voor alle groepen.

Tot slot

Tot slot een paar ‘wijze opvoedtips’ voor de ouders:

  • We zijn begeleiders van het kind.
  • Wees jezelf.
  • Geef het goede voorbeeld.
  • Spreek positieve woorden tegen en over je kind. Ook over andere kinderen.
  • Spreek je kind aan op zijn/haar bedoeling.
  • Zit niet steeds aan het levensfietsje van je kind. Het kind moet zelfstandig dingen doen. Ouders moeten niet voortdurend achterop het fietsje zitten om te sturen: liefdevolle onverschilligheid is belangrijk. Anders worden kinderen onzeker.

Wilt u meer informatie over de kanjertrainingen, bezoek dan de website van het Kanjerinstituut: www.kanjertraining.nl. Het kanjerinstituut heeft ook speciaal voor ouders een ‘Kanjerboek’ uitgegeven. Dit boek is via school te bestellen. Voor meer informatie kunt u zich richten tot de directie.

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl